Rapportage Programmaquota 2015-2016

De Mediawet bevat een aantal minimumpercentages voor bepaalde programmaonderdelen. Media-instellingen worden geacht over de naleving hiervan aan het Commissariaat voor de Media te rapporteren. Deze voorschriften die ook wel kortweg als programmaquota worden aangeduid, vloeien deels voort uit de Europese Audiovisuele Media Diensten (AVMD) Richtlijn.

De AVMD Richtlijn schrijft voor dat in beginsel minimaal 50 procent van de zendtijd wordt gevuld met Europese werken. Minimaal 10 procent daarvan moet vervaardigd zijn door onafhankelijke producenten. Daarbij geldt ook nog eens dat een derde van de onafhankelijke werken van recente datum, dat wil zeggen niet ouder dan vijf jaar, moet zijn. De zendtijd die aan nieuws, sport, spellen, reclame en telewinkelen wordt besteed, wordt bij de berekening van de percentages buiten beschouwing gelaten.

Inspanningsverplichting

Het gaat hier nadrukkelijk om een inspanningsverplichting. Artikel 4 van de AVMD Richtlijn schrijft in dat kader: “Voor zover mogelijk zien de lidstaten er met passende middelen op toe dat de omroeporganisaties het grootste gedeelte van hun niet aan informatie, sport, spel, reclame, teletekst en telewinkelen gewijde zendtijd reserveren voor Europese producties.”

Elke twee jaar moeten de lidstaten aan de Europese Commissie rapporten over de toepassing in de praktijk. Als media-instellingen de vereiste percentages niet hebben behaald, dienen ze gemotiveerd uit te leggen wat de reden daarvan is. Ook moeten ze aangeven wat ze gaan doen om het percentage in de toekomst omhoog te schroeven.

Ontheffingsmogelijkheden

Verder bestaan er diverse ontheffingsmogelijkheden, bijvoorbeeld om de administratieve lasten van kleine of aanbieders te beperken. Zo kunnen op grond van richtsnoeren van de Europese Commissie media-instellingen die een marktaandeel van lager dan 0,3 procent in een land hebben worden vrijgesteld van de rapportageverplichting van Europese werken.

Ook kunnen in bijzondere gevallen aanbieders worden ontheven van de verplichting om ten minste 50 procent Europese producties in hun aanbod om te nemen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om thematische aanbieders die zich op een specifieke niche markt richten waarvoor niet voldoende Europees materiaal beschikbaar is. Ook zenders die net zijn begonnen met uitzenden en met aanloopverliezen hebben te kampen, kunnen ontheffing aanvragen. In beginsel geldt dat ontheffingen tijdelijk van aard zijn en op een groeipad van maximaal drie jaar worden gebaseerd. Daarna kan opnieuw een ontheffing worden aangevraagd en wordt de situatie opnieuw beoordeeld. Ook kan een ontheffing niet op lager dan 10 procent worden gezet.

Nationale programmavoorschriften

Naast de quotavoorschriften van Europese origine zijn er ook nog enkele vergelijkbare nationale programmavoorschriften. Zo stelt de Mediawet dat op televisieprogrammakanalen van een commerciële media-instelling het programma-aanbod voor ten minste 40 procent uit oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties moet bestaan. Voor de regionale en landelijke publieke omroep is dat percentage zelfs hoger, namelijk minimaal 50 procent.

Ook hier geldt dat er vrijstellingen mogelijk zijn. De wet bepaalt dat het Commissariaat voor de Media in bijzondere gevallen geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen. Ook kan het Commissariaat voor de Media aan een ontheffing voorschriften verbinden. Een zender die kan aantonen dat hij zich volledig of nagenoeg geheel richt op een andere lidstaat kan voor een dergelijke permanente vrijstelling van het percentage voor Nederlandstalige programma’s in aanmerking komen. Tijdelijke ontheffingen zijn doorgaans ook op een groeipad gebaseerd.

Ondertitelingverplichtingen

Tot slot zijn er nog ondertitelingverplichtingen. Deze verplichtingen moeten waarborgen dat ook auditief beperkte kijkers oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige programma’s kunnen volgen. Ook hier geldt dat het percentage hoger is voor de publieke omroep dan voor commerciële aanbieders. De landelijke en regionale publieke omroepen moeten ten minste 95 procent van hun oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties ondertitelen. Voor de commerciële aanbieders geldt een minimum percentage van 50 procent. Meer gedetailleerde info over het beleid van het Commissariaat voor de Media inzake Europese en nationale quotavoorschriften en rapportageverplichtingen kun je vinden in de Beleidsregels Programmaquota.

Rapportage Programmaquota 2015-2016

Download hier de Rapportage Programmaquota 2015-2016.

Deel deze pagina