bg-img
stripes

Eens in de vijf jaar kunnen nieuwe omroepen toetreden tot het landelijke publieke omroepbestel. Hieronder lees je hoe dat precies werkt en welke rol het Commissariaat voor de Media daarbij speelt.

Tijdpad erkenningsaanvragen landelijke publieke omroep (2022-2026)

  • 31 december 2020 - Peildatum ledentelling
  • Vóór 1 februari 2021 - Indienen erkenningsaanvragen
  • 1 augustus 2021 - Uiterlijke beslistermijn op de erkenningsaanvragen
  • 1 januari 2022 - Aanvang nieuwe concessieperiode (2022-2026)

Publieke omroep

In Nederland hebben we een publiek omroepbestel, ook wel bekend als de publieke omroep. We kennen landelijke, regionale en lokale publieke omroepen. Samen voeren zij de publieke mediaopdracht uit die in de Mediawet staat, waarover hierna meer. De informatie op deze pagina is van toepassing op de landelijke publieke omroepen. Zij moeten iedere vijf jaar een (nieuwe) erkenning aanvragen. Dat is ook het moment waarop nieuwe aspirant-omroepen kunnen toetreden.

In Nederland hebben we een publiek omroepbestel, ook wel bekend als de publieke omroep. We kennen landelijke, regionale en lokale publieke omroepen. Samen voeren zij de publieke mediaopdracht uit die in de Mediawet staat, waarover hierna meer. De informatie op deze pagina is van toepassing op de landelijke publieke omroepen. Zij moeten iedere vijf jaar een (nieuwe) erkenning aanvragen. Dat is ook het moment waarop nieuwe aspirant-omroepen kunnen toetreden.

Omroepen en NPO

Het landelijke publieke omroepbestel bestaat uit de stichting Nederlandse Publieke Omroep (NPO) en publieke omroeporganisaties, zoals AVROTROS, BNNVARA, en WNL. Samen zorgen zij voor de programmering op de publiek geld gefinancierde Nederlandse televisie- en radiozenders, en de daarbij behorende websites. Hiermee voeren ze samen de publieke mediaopdracht uit. De NPO zorgt voor de sturing en coördinatie van de landelijk publieke omroep.

Financiering

De publieke omroepen worden gefinancierd door de overheid, met publiek geld dus. Omdat de publieke omroepen geld van de overheid krijgen om programma’s te maken, moeten zij zich houden aan regels in de Mediawet. Zo moet de publieke omroep onafhankelijk zijn van commerciële en politieke beïnvloeding. Ook mogen zij het geld dat zij van de overheid ontvangen alleen besteden voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht. Hierover moeten zij jaarlijks verantwoording afleggen bij het Commissariaat voor de Media.

Publieke mediaopdracht

De publieke mediaopdracht staat beschreven in de Mediawet (artikel 2.1.) en bestaat uit vier belangrijke elementen.

Allereerst moet het media-aanbod van de publieke omroep voor iedereen zonder onredelijke beperkingen toegankelijk (1) zijn. Dus ook voor mensen met een visuele of andere beperking.

Daarnaast moet het media-aanbod pluriform (2) zijn. Dit betekent dat de programma's binnen de publieke omroep niet vanuit één perspectief worden gemaakt. De verschillende omroepen binnen het publieke bestel vertegenwoordigen allemaal een eigen stroming binnen de Nederlandse samenleving, zodat programma’s vanuit verschillende perspectieven worden gemaakt.

Ook moet het media-aanbod onafhankelijk (3) tot stand komen. Dit betekent onafhankelijk van commerciële invloeden. Omroepen mogen zich niet voor het karretje van commerciële partijen laten spannen. Ook politieke beïnvloeding is verboden. De overheid financiert de publieke omroep wel, maar mag zich niet met de inhoud bemoeien. Doet zij dat wel, dan is sprake van censuur en dat is in strijd met de Grondwet . In een democratische samenleving moet de media zich in alle vrijheid kritisch kunnen uitlaten, óók over de overheid. De media, en specifiek de pers, is als het ware de publieke waakhond van de samenleving.

Tot slot moet het media-aanbod van hoge kwaliteit (4) zijn. Het publiek moet erop kunnen vertrouwen dat de informatie die door de publieke omroep wordt verstrekt betrouwbaar is. Nieuws- en actualiteitenprogramma’s moeten daarom voldoen aan hoge journalistieke en professionele kwaliteitsstandaarden. De kijker moet ervan uit kunnen gaan dat de informatie is gebaseerd op betrouwbare bronnen en dat feiten en achtergronden goed zijn onderzocht.

Maatschappelijke stroming

De publieke omroep heeft de wettelijke taak om in haar programmering een evenwichtige representatie te bieden van alle bevolkingsgroepen. Elke omroep representeert daarom een zogenoemde ‘stroming’ uit de Nederlandse samenleving. Vroeger ontstonden deze stromingen voornamelijk uit de verschillende religieuze en maatschappelijke takken binnen onze samenleving (ook wel bekend als: de verzuiling). Tegenwoordig kan een omroep ook een andere vorm van representatie hebben.

Elke vijf jaar kunnen nieuwe kandidaten, ook wel aspirant-omroepen genoemd, toe treden tot het publieke bestel. Deze vijfjarige periode is de concessieperiode. Aspirant-omroepen krijgen in eerste instantie altijd een voorlopige erkenning. Na die vijf jaar kunnen zij in een nieuwe concessieperiode een reguliere erkenning krijgen. Daarnaast moeten ook de omroepen met een vaste status binnen het omroepbestel iedere vijf jaar een nieuwe erkenning aanvragen.

Voorafgaand aan de nieuwe concessieperiode dient de NPO een concessiebeleidsplan in bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Daarin wordt beschreven hoe de publieke mediaopdracht de komende vijf jaar wordt uitgevoerd. De Raad voor Cultuur en het Commissariaat voor de Media adviseren de minister over het concessiebeleidsplan. Alle (aspirant-)omroepen moeten de publieke mediaopdracht uitvoeren in overeenstemming met het concessiebeleidsplan.

In de Mediawet is bepaald dat een omroep zijn doelstelling, missie en identiteit vastlegt in statuten. Die missie en identiteit moet vervolgens herkenbaar terugkomen in het programma-aanbod van de omroep. Dat laatste moet bij een erkenningsaanvraag worden onderbouwd in een beleidsplan.

Voor een aspirant-omroep geldt dat deze een nieuwe maatschappelijke, culturele, godsdienstige of geestelijke stroming moet vertegenwoordigen, die nog niet in het omroepbestel aanwezig is. Het programma-aanbod van een aspirant-omroep moet aanvullend zijn op dat van omroepen uit het omroepbestel. Dat kan door de keuze van andere genres, inhoud en doelgroepen. Kortom, de aspirant-omroep moet inhoudelijk iets toevoegen. Alleen onderscheidend zijn door toon, tempo of vormgeving is onvoldoende. Doel is een pluriform media-aanbod.

Een nieuwe concessieperiode (2022-2026): nieuwe ronde, nieuwe kansen

In 2022 vangt een nieuwe concessieperiode aan. Alle omroepen, zowel de huidige als nieuwe, moeten voor die tijd dus een erkenning aanvragen bij de minister voor Basis – en Voortgezet Onderwijs en Media om tot het publieke omroepbestel te worden toegelaten. Voor de komende concessieperiode moeten de aanvragen voor de erkenning vóór 1 februari 2021 zijn ingediend. Hoe het proces er vervolgens uitziet, staat hieronder.

Nadat een omroep een erkenning heeft aangevraagd, brengen de NPO, de Raad voor Cultuur en het Commissariaat voor de Media daarover ieder een eigen advies uit aan de minister. Vervolgens beslist de minister welke omroepen een erkenning krijgen. In de wet is bepaald dat de minister voor omroepen met een vaste status maximaal zes erkenningen kan verstrekken. Voor aspirant-omroepen geldt geen maximum. Omdat maximaal zes erkenningen worden verstrekt, moeten aspirant-omroepen die worden toegelaten altijd met een omroep uit het omroepbestel samenwerken of met de NTR.

Procedure ledentelling

FASE 1. De ledentelling

In de Mediawet is opgenomen dat omroepen een bepaald aantal betalende leden moeten hebben. Het idee achter deze ledeneis is dat daarmee wordt aangetoond dat de omroep binding heeft met de maatschappij. Omdat mensen tegenwoordig niet meer zo snel ergens lid van worden en veel omroepen te kampen hebben met teruglopende ledenaantallen, treedt per 1 januari 2021 een wijziging in de Mediawet in werking waarin de ledeneisen worden verlaagd. Omroepen binnen het omroepbestel moeten op 31 december 2020 ten minste 100.000 betalende leden hebben. Voor aspirant-omroepen geldt een ledeneis van 50.000 leden. Dit betekent dat de (aspirant-)omroepen op die datum het minimum vereiste aantal betalende leden moeten hebben. Die leden moeten op dat moment 16 jaar of ouder zijn, in Nederland wonen en op de peildatum van 31 december minimaal € 5,72 aan contributie hebben betaald.

Dit betekent niet dat een aspirant-omroep automatisch mag toetreden tot het omroepbestel als de ledeneis is behaald. De ledeneis is een minimumvereiste dat de wet stelt om überhaupt een geldige erkenningsaanvraag te kunnen indienen. Vanaf half januari 2021 telt het Commissariaat voor de Media de ledenaantallen en controleert steekproefsgewijs of aan de voorwaarden is voldaan. Eind maart 2021 deelt het Commissariaat voor de Media aan de (aspirant-)omroepen mee of ze de drempel hebben behaald.

FASE 2. De erkenningsaanvraag
(Aspirant-)omroepen die aan de minimum ledeneis voldoen, dienen vóór 1 februari 2021 een aanvraag voor een erkenning in bij het Commissariaat voor de Media. Het Commissariaat stuurt de aanvragen door naar de NPO en de Raad voor Cultuur die hierover, net als het Commissariaat, een advies uitbrengen aan de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media.

Een volledige aanvraag (één origineel en vier kopieën) bevat de volgende stukken:

  • Het beleidsplan (zoals bedoeld in artikel 2.30 van de Mediawet). Dit bevat het voorgenomen beleid voor het media-aanbod en de plannen en afspraken over samenwerking met de NPO, de NOS, de NTR en andere aanvragers van een erkenning of voorlopige erkenning.
  • De statuten van de aanvrager. Als de aanvrager een samenwerkingsomroep is, gaat het om de statuten van de omroepverenigingen die deel uitmaken van de samenwerkingsomroep.
  • De notariële akten van oprichting van de omroepverenging of samenwerkingsomroep.
  • Ondertekende samenwerkingsovereenkomsten en intentieverklaringen tussen omroepverenigingen die deel uitmaken van een samenwerkingsomroep en de samenwerkingsomroep.
  • Ondertekende intentieverklaringen en samenwerkingsovereenkomsten met de NPO, de NTR en andere aanvragers van een erkenning of voorlopige erkenning.
  • Een beschrijving - inclusief een organogram - van de bestuurlijke organisatie (zoals bedoeld in artikel 2.142a, eerste lid, van de Mediawet) van de aanvrager en als deze een samenwerkingsomroep is, ook van de omroepverenigingen die deel uitmaken van de samenwerkingsomroep.
  • Een beschrijving van de bedrijfsprocessen en financiële en administratieve organisatie van de aanvrager en als deze een samenwerkingsomroep is, ook van de omroepverenigingen die deel uitmaken van de samenwerkingsomroep.
  • Een overzicht van de financiën van de aanvrager en als deze een samenwerkingsomroep is, ook van de omroepverenigingen die deel uitmaken van de samenwerkingsomroep. Dit houdt voor de omroepen uit het omroepbestel in elk geval in: de jaarrekening over het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van de indiening van de aanvraag van die omroeporganisatie of van de omroepverenigingen waaruit die organisatie is gevormd.
  • Voor aanvragers van een voorlopige erkenning (aspirant-omroepen): ondertekende overeenkomsten/intentieverklaringen waaruit blijkt dat er een opdracht aan een andere aanvrager van een erkenning (een bestaande samenwerkingsomroep of zelfstandige omroepvereniging) of de NTR is voor het verzorgen van het media-aanbod.
    Voor aanvragers van een erkenning die voor de periode 2016-2021 een voorlopige erkenning hebben: overeenkomsten/intentieverklaringen waaruit blijkt dat zij zich gaan aansluiten bij een andere aanvrager van een erkenning (een samenwerkingsomroep of bestaande zelfstandige omroepvereniging).
    • Belangrijke datum: vóór 1 februari 2021 moet de erkenningsaanvraag worden ingediend.

Omroepverenigingen die willen samenwerken moeten eerst ieder een eigen erkenningsaanvraag indienen, waarbij zij een intentieverklaring/overeenkomst meesturen zoals bovenstaand omschreven. Nadat duidelijk is dat beide aanvragers aan alle voorwaarden voor een erkenning voldoen, dienen zij gezamenlijk een herziene aanvraag in voor een erkenning als samenwerkingsomroep. Indien nodig wordt over die aanvraag opnieuw advies uitgebracht aan de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media.

FASE 3. Advisering en besluitvorming
De NPO, de Raad voor Cultuur en het Commissariaat voor de Media geven ieder een eigen advies aan de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media over de ingediende erkenningsaanvragen. Vervolgens besluit de minister op basis van de verschillende adviezen welke omroepen een (voorlopige) erkenning krijgen.

  • Belangrijke datum: vóór 1 augustus 2021 moet de minister hierover een besluit nemen. Als de minister besluit geen erkenning aan een omroep te verlenen, kan daartegen bezwaar worden gemaakt en vervolgens beroep worden ingesteld.

FASE 4. Herziene aanvragen voor beoogde samenwerkingen tussen omroepen
Binnen één maand nadat de minister kenbaar heeft gemaakt dat de betreffende (aspirant-)omroepen aan de voorwaarden voor een  erkenning voldoen, moeten de betreffende omroepen een gezamenlijke herziene aanvraag indienen voor een erkenning als samenwerkingsomroep. De voor samenwerkingsomroepen geldende stukken die bij fase 2 worden genoemd, moeten dan worden verstrekt.

  • Belangrijke datum: De exacte datum waarop de gezamenlijke herziene aanvraag moet zijn ingediend, is één maand na de datum waarop de minister kenbaar heeft gemaakt dat de individuele omroepen aan alle voorwaarden voor een erkenning voldoen.

 

FASE 5. Nieuwe publieke omroepbestel
De minister besluit vóór 1 augustus 2021 welke omroepen een volledige en een voorlopige erkenning krijgen. Dan is bekend hoe het publieke omroepbestel er tussen 2022 en 2026 uit gaat zien.

  • Belangrijke data: einde huidige concessieperiode: 31 december 2021, begin nieuwe concessieperiode: 1 januari 2022.
Onze website maakt gebruik van cookies om het gebruik en functionaliteit te waarborgen.