Aanvraag erkenning

Iedere vijf jaar gaat een nieuwe concessie- en erkenningsperiode van start. Omroeporganisaties kunnen dan een erkenning aanvragen voor de komende erkenningsperiode.

Voor de start van een nieuwe periode moeten zowel de huidige als de nieuwe omroepen een erkenning aanvragen om tot het publieke omroepbestel te worden toegelaten. Nieuwe omroepen vragen een voorlopige erkenning aan als aspirant-omroep. Na vijf jaar kunnen zij een reguliere erkenning krijgen in de nieuwe concessieperiode. De omroepen moeten de aanvraag indienen bij de verantwoordelijke bewindspersoon voor Media. Om een erkenning te krijgen, moeten de omroepen voldoen aan een aantal voorwaarden. De twee belangrijkste zijn de ledeneis van minimaal 50.000 leden en het principe van toegevoegde waarde.

Aspirant-omroep moet onderscheidend zijn

Voor een aspirant-omroep geldt dat deze een nieuwe maatschappelijke, culturele, godsdienstige of geestelijke stroming moet vertegenwoordigen. Het programma-aanbod van een aspirant-omroep moet aanvullend zijn op dat van omroepen uit het omroepbestel. Dat kan door de keuze van andere genres, inhoud en doelgroepen. Kortom, de aspirant-omroep moet inhoudelijk iets toevoegen. Alleen onderscheidend zijn door toon, tempo of vormgeving is onvoldoende. Doel is een pluriform media-aanbod.

Belissing

Nadat een omroep een erkenning heeft aangevraagd, brengen de NPO, de Raad voor Cultuur en het Commissariaat daarover ieder een eigen advies uit aan de verantwoordelijke bewindspersoon. Vervolgens beslist deze welke omroepen een erkenning krijgen en kunnen toetreden tot het landelijke publieke omroepbestel. In de wet is bepaald dat de verantwoordelijke bewindspersoon maximaal zes erkenningen kan verstrekken voor omroepen met een vaste status. Voor aspirant-omroepen geldt geen maximum. Omdat maximaal zes erkenningen worden verstrekt, moeten aspirant-omroepen die worden toegelaten altijd met een omroep uit het omroepbestel samenwerken of met de NTR.

Hieronder leest u hoe de aanvraagprocedure verloopt.

Toelichting aanvraagprocedure erkenning

De procedure voor het aanvragen van een nieuwe erkenning kan worden opgedeeld in 5 fases. De hieraan verbonden tijdslijnen zijn op dit moment nog niet bekend.

FASE 1: De ledentelling

In de Mediawet is opgenomen dat omroepen een minimum bepaald aantal betalende leden moeten hebben. Het idee achter deze ledeneis is dat daarmee wordt aangetoond dat de omroep binding heeft met de maatschappij. Omroepen binnen het landelijke publieke omroepbestel moeten op de vastgestelde peildatum ten minste 100.000 betalende leden hebben. Voor aspirant-omroepen geldt een ledeneis van 50.000 leden. Die leden moeten op dat moment 16 jaar of ouder zijn, in Nederland wonen en op de peildatum minimaal € 5,72 aan contributie hebben betaald.

Dit betekent niet dat een aspirant-omroep automatisch mag toetreden tot het omroepbestel als de ledeneis is behaald. De ledeneis is een minimumvereiste dat de wet stelt om überhaupt een geldige erkenningsaanvraag te kunnen indienen. De omroeporganisatie moet daarnaast ook nog aan andere vereisten voldoen.

Na de peildatum telt het Commissariaat voor de Media de ledenaantallen en controleert hij steekproefsgewijs of aan de voorwaarden is voldaan. Vervolgens deelt het Commissariaat aan de (aspirant-)omroepen mee of ze de drempel hebben behaald.

FASE 2: De erkenningsaanvraag

(Aspirant-)omroepen die aan de minimum ledeneis voldoen, dienen vóór een vastgestelde datum een aanvraag voor een erkenning in bij het Commissariaat voor de Media.

Omroepverenigingen die willen samenwerken moeten eerst ieder een eigen erkenningsaanvraag indienen, waarbij zij een intentieverklaring/overeenkomst voor een samenwerking meesturen. Nadat duidelijk is dat beide aanvragers aan alle voorwaarden voor een erkenning voldoen, dienen zij gezamenlijk een herziene aanvraag in voor een erkenning als samenwerkingsomroep. Indien nodig wordt over die aanvraag opnieuw advies uitgebracht aan de verantwoordelijke bewindspersoon.

Een volledige aanvraag (één origineel en vier kopieën) bevat de volgende stukken:

  • Het beleidsplan (zoals bedoeld in artikel 2.30 van de Mediawet). Dit bevat het voorgenomen beleid voor het media-aanbod en de plannen en afspraken over samenwerking met de NPO, de NOS, de NTR en andere aanvragers van een erkenning of voorlopige erkenning.
  • De statuten van de aanvrager. Als de aanvrager een samenwerkingsomroep is, gaat het om de statuten van de omroepverenigingen die deel uitmaken van de samenwerkingsomroep.
  • De notariële akten van oprichting van de omroepvereniging of samenwerkingsomroep. Ondertekende samenwerkingsovereenkomsten en intentieverklaringen tussen omroepverenigingen die deel uitmaken van een samenwerkingsomroep en de samenwerkingsomroep.
  • Ondertekende intentieverklaringen en samenwerkingsovereenkomsten met de NPO, de NTR en andere aanvragers van een erkenning of voorlopige erkenning.
  • Een beschrijving van de bestuurlijke organisatie inclusief een organogram (zoals bedoeld in artikel 2.142a, eerste lid, van de Mediawet) van de aanvrager en als deze een samenwerkingsomroep is ook van de omroepverenigingen die deel uitmaken van de samenwerkingsomroep.
  • Een beschrijving van de bedrijfsprocessen en financiële en administratieve organisatie van de aanvrager en als deze een samenwerkingsomroep is, ook van de omroepverenigingen die deel uitmaken van de samenwerkingsomroep.
  • Een overzicht van de financiën van de aanvrager en als deze een samenwerkingsomroep is, ook van de omroepverenigingen die deel uitmaken van de samenwerkingsomroep. Dit houdt voor de omroepen uit het omroepbestel in elk geval in: de jaarrekening over het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar van de indiening van de aanvraag van die omroeporganisatie of van de omroepverenigingen waaruit die organisatie is gevormd.
  • Voor aspirant-omroepen met een voorlopige erkenning: overeenkomsten/intentieverklaringen waaruit blijkt dat zij zich gaan aansluiten bij een andere aanvrager van een erkenning (een samenwerkingsomroep of bestaande zelfstandige omroepvereniging).
  • Voor aanvragers van een (nieuwe) voorlopige erkenning (aspirant-omroepen): ondertekende overeenkomsten/intentieverklaringen waaruit blijkt dat er een opdracht aan een andere aanvrager van een erkenning (een bestaande samenwerkingsomroep of zelfstandige omroepvereniging) of de NTR is voor het verzorgen van het media-aanbod.

FASE 3: Advisering en besluitvorming

Het Commissariaat stuurt de ontvangen aanvragen door naar de NPO en de Raad voor Cultuur. De NPO, de Raad voor Cultuur en het Commissariaat brengen vervolgens ieder een eigen een advies uit aan de voor media verantwoordelijke bewindspersoon over de ingediende erkenningsaanvragen. Vervolgens besluit de verantwoordelijke bewindspersoon op basis van de verschillende adviezen welke omroepen een (voorlopige) erkenning krijgen. De verantwoordelijke bewindspersoon moet hierover een besluit nemen vóór een vooraf vastgestelde datum.

Als de verantwoordelijke bewindspersoon besluit geen erkenning aan een omroep te verlenen, kan de omroep daartegen bezwaar maken en vervolgens beroep instellen.

FASE 4: Herziene aanvragen voor beoogde samenwerkingen tussen omroepen

Binnen één maand nadat de verantwoordelijke bewindspersoon kenbaar heeft gemaakt dat de betreffende (aspirant-)omroepen aan de voorwaarden voor een erkenning voldoen, moeten de betreffende omroepen een gezamenlijke herziene aanvraag indienen voor een erkenning als samenwerkingsomroep. De voor samenwerkingsomroepen geldende stukken die bij fase 2 worden genoemd, moeten dan worden verstrekt.

FASE 5: Nieuwe publieke omroepbestel

De voor media verantwoordelijke bewindspersoon besluit vervolgens welke omroepen een volledige en een voorlopige erkenning krijgen. Dan is bekend hoe het publieke omroepbestel er gedurende de nieuwe erkenningsperiode uit gaat zien.